EF.html

Fotoinventaris

In 1865 komt in Hoeilaart een man op het idee om druiven te telen in een serrre. Een jaar later zijn zij met drie. In 1910 staan er al 5.176 zulke serres en wordt Hoeilaart “Het glazen dorp”. Ook Overijse doet mee. In 1944 zijn er 4.200 serristen in de streek. De opgang zal doorgaan tot meer dan 33.000 serres. Maar in 1962 gaan de landsgrenzen open en komt buitenlandse concurrentie. Toch worden hier nog steeds druiven geteeld: omwille hun bijzondere kwaliteit.


Strikt genomen beperkt de Druivenstreek zich tot de gemeenten Hoeilaart, Overijse, Huldenberg en Duisburg. Maar omdat er iets verderop langs de valleien van Ijse, Voer, Lane en Dijle ook nog enkele druivelaars, serres en orgels voorkomen mogen wij het ook iets breder nemen.


Op deze oude kaart van Brabant (XVIe) zijn het Leonardkruispunt, de Ring, de E411 en de E40 nog niet te zien, onze Orgelstreek wel:

Boven de ‘Soe’ van Soenien bofch (Zoniënwoud) ligt Holaer (Hoeilaart), en stroomafwaarts de Ijse komen: Oueryfche (Overijse), Huldenberge (Huldenberg), Lombeke (Loonbeek) en Neeryfche (Neerijse). Links daarvan Duifbofch (Duisburg) en de Voervallei met: Vuerne (Tervuren), Voßem (Vossem), Leefdael (Leefdaal) en Berthé (Bertem). Aan de rechterzijde de Lanevallei met: Ottenberg (Ottenburg), S.Achtenrode (Sint-Agatha-Rode), en na samenloop met de Dijle: S.Ioris (Sint-Joris-Weert), Corbeek (Korbeek-Dijle) en Hout heuere (Oud-Heverlee).

EF.html

Fotoinventaris